Spring naar inhoud

Van energiemarkt tot asset: zo werkt een stuursignaal

Een stuursignaal verbindt de energiemarkt met de assets op uw site en bepaalt wat elk toestel op dat moment het best doet. Veel bedrijven zien dat als een simpel laad- of ontlaadcommando. Emiel Ghyselen, Business Director bij Stelmo, legt uit waarom de echte waarde in de data, forecasting en beslissingslogica erachter zit.

Emiel Ghyselen4 september 20265 min lezen

Liever kijken dan lezen? Ontdek de video hier. 

Wat u straks zeker moet onthouden

  • Een stuursignaal verbindt lokale assetdata met marktdata zoals day-ahead en intraday prijzen.
  • Het begint op de site, via een gateway die toestellen uitleest en aanstuurt.
  • Een kwalitatief stuursignaal kijkt vooruit.
  • De beste sturing houdt ook rekening met contract, taksen, certificaten en sitebeperkingen.
  • Zonder correcte technische configuratie en het juiste energiecontract laat zelfs een slim signaal waarde liggen.

Wat is een stuursignaal?

Een stuursignaal is een digitale instructie die bepaalt wat een energie-asset op welk moment moet doen. Denk aan laden, ontladen, afregelen, activeren of bewust even niets doen. “Veel mensen denken dat een stuursignaal ergens in de cloud ontstaat”, zegt Emiel. “In werkelijkheid begint het gewoon op uw site. Een lokale gateway leest voortdurend uit wat er technisch gebeurt, en pas daarna combineren we die informatie met marktdata om te beslissen welke actie het meeste waarde oplevert.”

Hoe gaat een stuursignaal van markt naar asset?

Kort samengevat is dit het stappenplan: meten, verrijken, berekenen en uitvoeren. Anders stuurt u op hoop in plaats van op data. Elke stap bepaalt mee hoeveel waarde u uit een asset haalt.

Zo verloopt dat in de praktijk:

  1. Verzameling van lokale data op de site
    De gateway leest energiemetingen uit, samen met toesteldata zoals de laadstatus en de gezondheidstoestand van een batterij, productie, verbruik en de status van flexibele verbruikers.
  2. Data naar de cloud
    Die data wordt daar gecombineerd met externe marktinformatie, zoals day-ahead prijzen, intraday prijzen en andere marktsignalen.
  3. Wiskundig model kiest beste actie
    Het model kijkt niet enkel naar het huidige moment, maar ook naar wat waarschijnlijk volgt. Worden hoge prijzen verwacht, dan kan het systeem beslissen om nu al bij te laden om later gericht te ontladen.
  4. Signaal gaat terug naar de installatie
    De berekende instructie wordt doorgestuurd naar de gekoppelde hardware, zodat de asset lokaal de juiste actie uitvoert

Bij een stuursignaal draait alles dus om anticipatie?

“Dat is het verschil tussen reactieve en slimme sturing”, zegt Emiel. “Een reactief systeem kijkt naar wat er gebeurt, een slim stuursignaal probeert altijd een stap voor te blijven. De energiemarkt wacht nu eenmaal niet tot u klaar bent. Wie alleen reageert op het huidige kwartier, komt vaak te laat op het moment dat de grootste waarde zich voordoet. Een goed model kijkt tegelijk naar het heden en de toekomst. Extreme prijsevents in zicht? Dan kan het systeem bijvoorbeeld een batterij bewust rond 50 procent capaciteit houden. Zo blijft er speelruimte in beide richtingen: laden als het voordelig wordt, en ontladen wanneer dat nodig of lucratief is.”

Waarom flexibiliteit meer oplevert dan een volle batterij:

Situatie

Wat een zwak signaal doet

Wat een kwalitatief signaal doet

Hoge prijzen verwacht

Wacht af tot het moment zelf

Laadt vooraf slim bij

Onzekere prijspiek op komst

Kiest één richting te vroeg

Houdt flexibiliteit in beide richtingen

Lokale productie stijgt

Reageert pas achteraf

Anticipeert op overschot en capaciteit

Wat maakt een stuursignaal kwalitatief?

Data vormt de ruggengraat van elk stuursignaal. Hoe vollediger en betrouwbaarder de informatie, hoe beter de beslissing. Een kwalitatief stuursignaal vertrekt uit meerdere datalagen tegelijk. De blik beperken tot één prijs, is sturen met oogkleppen op.

Deze datasoorten tellen écht mee:

  • Weerdata: uit verschillende modellen en satellietbeelden
  • Marktdata: bv. day-ahead, intraday en orderboekinformatie
  • Net- en systeemdata: bv. informatie over interconnectoren
  • Lokale sitegegevens: van batterijstatus tot verbruikspatronen en technische limieten

Vooral die lokale kennis wordt vaak onderschat. Een batterij op papier is nog geen bruikbare flexibiliteit. U moet ook weten hoe de site werkt, wat de contractvoorwaarden zijn en welke grenzen lokaal niet overschreden mogen worden.

Data is alles. Maas pas wanneer marktdata, weerdata, sitekennis en contractafspraken samenkomen, ontstaat een stuursignaal dat ook echt waarde creëert.

Waarom is sturen op alleen marktprijs onvoldoende?

Omdat een energiefactuur uit meer dan één prijscomponent bestaat. Een systeem dat uitsluitend op de day-ahead prijs optimaliseert, kan technisch slim lijken en financieel toch naast de kwestie sturen. “Bij een site die achter de meter wordt gestuurd, spelen ook contractuele marges, taksen en certificaten mee”, legt Emiel uit. “Een kwalitatief stuursignaal optimaliseert dus de opbrengst, maar ook de volledige eindfactuur. Dat is een fundamenteel verschil.”

Is een goed stuursignaal alleen software?

“Wie denkt dat het enkel om software gaat, onderschat het laatste stuk van de keten”, benadrukt Emiel. “Wij koppelen sturing altijd aan technische opvolging op de site”, zegt Emiel. “Projectingenieurs controleren samen met installateurs of toestellen correct zijn aangesloten, of alle data goed binnenkomt en of de configuratie overeenkomt met het gekozen sturingsdoel. Een extraatje? Eerder een randvoorwaarde.”

Waar het in de praktijk vaak fout loopt:

  • de verkeerde toestellen zijn gekoppeld
  • data komt onvolledig of foutief binnen
  • een site haalt onvoldoende uptime
  • lokale beperkingen zijn niet correct gemodelleerd
  • het energiecontract past niet bij de gekozen sturing

“Onthoud zeker dat laatste. Als u stuurt op dynamische tarieven terwijl het onderliggende contract niet dynamisch is, dan ziet u die optimalisatie niet terug op uw eindfactuur.”

Wat als een asset tijdelijk niet beschikbaar is?

Volgens Emiel zit het risico vooral in de timing: “Uptime – de mate waarin een asset effectief beschikbaar is – speelt daarbij een belangrijke rol. Als een asset nét uitvalt tijdens een extreem prijsmoment, dan kan de gemiste waarde disproportioneel groot zijn. Anders gezegd: vijf procent minder beschikbaarheid betekent niet automatisch vijf procent minder waarde. Voor reservediensten zoals aFRR stuurt Elia bovendien automatisch een referentiewaarde om de 4 seconden door, wat meteen toont hoe sterk prestaties afhangen van betrouwbare en continue beschikbaarheid. Kortom: een kwalitatief stuursignaal is naast slim vooral heel degelijk.”

Hoe open moet zo'n stuursignaal zijn?

Emiel: “Open genoeg om niet vast te hangen aan één partij, maar samen te werken met de partijen die vandaag al actief zijn op een site. Een goed stuursignaal integreert met leveranciers, energiepartners, VPP-aggregatoren en asset owners. Flexibiliteit werkt zelden in een gesloten doos. De sturing moet aansluiten op de realiteit van de site, niet omgekeerd.”